Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Boekrecensie: De ecologische leider

Je leest nu: Boekrecensie: De ecologische leider

Het hebben van waarden voor een organisatie lijkt steeds belangrijker te zijn. Het is iets waar je jezelf als bedrijf mee kan onderscheiden. Maar niet zelden raakt een onderneming de ooit zo gekoesterde waarden gaandeweg kwijt.

In het boek 'De ecologische leider' analyseert Peter Robertson hoe dit komt. Hij komt niet ver.

GERECENSEERD:
De ecologische leider
Peter Robertson
(Uitgeverij Business Contact, 189 blz.)
Je hoort het ceo's vaak zeggen in interviews; dat die en die waarden bij het bedrijf 'hoog in het vaandel staan'. Volgens Peter Robertson zijn waarden voor organisaties wat deugden en ethiek zijn ons als individu. Het is het geheel aan eigenschappen, gedrag, de omgang met elkaar (en de klant) en de bedrijfscultuur binnen ondernemingen. Het gaat dan doorgaans om zaken als integriteit, respect voor de natuur, geloofwaardigheid, inspiratie, eerlijkheid en transparantie.

Bedrijven proberen zich daarmee te onderscheiden van andere ondernemingen en hun imago uit te bouwen. Het is ze dan ook veel waard dat de consument begrijpt welke waarden een bedrijf aanhangt. Tegelijkertijd zijn die waarden vaak gemeenplaatsen en leiden ze helemaal niet perse tot een onderscheid. Want welk bedrijf zegt nu niet integer, eerlijk, open en respectvol te zijn. De vraag is dus wat die waarden eigenlijk waard zijn?

Kloof tussen theorie en praktijk

Daarbij komt het regelmatig voor dat een bedrijf de waarden in de loop der tijd compleet uit het oog verliest en zich niet meer houdt aan de eigen waarden. Denk bijvoorbeeld aan het misbruik in de katholieke kerk of de uitwassen in de financiële sector. Het practice what you preach-principe is dan ver te zoeken. Maar als gedrag en daden niet meer met elkaar stroken, ziet de consument dat natuurlijk ook. En dan heb je al snel een probleem met je geloofwaardigheid.

Robertson onderscheidt zeven wetmatigheden als het gaat om waarden, waarvan de opvallendste min of meer samen te vatten zijn als volgt: waardeverval heeft (in principe) niets te maken met slechte bedoelingen van mensen, kwade opzet of criminaliteit. "Volstrekt goede mensen kunnen organisatiewaarden vernietigen." Wat overigens niet wil zeggen dat waardenverlies niet in fraude kan resulteren. Sterker, de kans dat dit gebeurt, is groot. Waardeverval is in Robertsons woorden zelfs onherroepelijk en onvermijdelijk: "Vroeg of laat zullen waarden verdwijnen; leiders zullen fouten maken; dynamische instellingen worden bureaucratisch; er zal slijtage, corruptie en zelfs crimineel gedrag ontstaan."

Jahoor, daar is ie weer: het ecosysteem

Robertson concludeert dan ook dat waarden geen langetermijninvesteringen zijn, maar dat ze constant onderhoud vergen, aandacht en vernieuwing door het management en door medewerkers. Hij schetst de organisatie in een enigszins aandoenlijk quasi-wetenschappelijke jarong als een 'emergent, zelforganiserend complex systeem van eigenschappen' blabla. Maar wat er kort gezegd op neerkomt dat je een organisatie als een ecosysteem kan zien, niet een heel originele vergelijking. Hoe dan ook; in deze wereld probeert iedereen vervolgens te overleven, volgt z'n intuitie, concurreert met elkaar en botst dus met elkaars waarden.

De gedachteoefening van Robertson is op zichzelf aardig, maar jammer is dat de kwaliteit van de metaforen vervolgens zo achterblijft. Een slecht functionerend systeem legt hij uit aan de hand van een defecte koelkast of een vliegtuig, wat doet vermoeden dat Robertson het IQ van lezers bijzonder laag inschat. Volgt nog een hoofdstukje waarin hij het belang van leiderschap uitlegt bij het bewaken van waarden, gaaap. Maar gelukkig, daar is ter ondersteuning nog een afbeelding van een curve waarin het hele principe van waardenverval nog even wordt uitgelegd: waarden stijgen, pijltjes gaan omhoog en waarden dalen, pijltjes gaan naar beneden.

Aiaiai, zoveel papierverspilling wordt zelfs deze MT-redacteur teveel. Snel het boek dichtklappen.

Lees ook: