Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Auto opladen in een kwartiertje

Je leest nu: Auto opladen in een kwartiertje

Het Rijswijkse Epyon heeft de techniek in huis om ­accu’s van elektrische auto’s 20 tot 30 keer sneller op te laden. Andere partijen mogen daar hun voordeel mee doen. 'De grote jongens zijn daar beter in.' 

 

1. Snel laden, snel groeien

Met de technologie van Epyon duurt het nog maar 15 tot 30 minuten om een accu van een elektrische auto op te laden, in plaats van 8 uur. Bijna net zo snel is de groei van het bedrijf, dat werd opgericht in 2005 en nu 1 miljoen euro omzet. En dat is nog maar het begin, zegt ceo Hans Streng. “Steeds meer fabrikanten komen met elektrische auto’s.” Zo heeft Epyon een laadstation ontworpen voor de ­Nissan LEAF, die eind 2010 in Europa rijdt. Streng: “Dit soort samenwerkingen helpt om sceptici mee te krijgen.”

2. Het Cisco-model

Epyon biedt de technologie, en kan ­zorgen voor de hardware, maar andere partijen mogen er een servicemodel ­omheen bouwen. McDonalds bijvoorbeeld, dat snelladers kan plaatsen en daarna zelf mag beslissen of het geld vraagt voor een oplaadbeurt, of dit als gratis service aan de klanten biedt. ­Mede-oprichter Crijn Bouman maakt de vergelijking met Cisco: “Ook wij bieden een technologie en de kans om een ­service te bouwen op onze hardware, maar bemoeien ons niet met de ­transactie. Daar zijn de grote jongens beter in.”

3. Kiezen wat je niet doet

Epyon doet niet alles en kiest duidelijk wat het zelf doet en wat niet. Streng: “Je moet je plaats in de markt zorgvuldig ­kiezen.” Epyon ziet de technologie als meest onderscheidende waarde. Het ­bedrijf besteedt de productie van oplaadstations evenwel uit. Integratie van de controlelaag en levering handelt het ­bedrijf wel zelf af, al wil Epyon misschien ook het integreren van de controlelaag uitbesteden, om sneller een hoger ­volume te kunnen draaien.

4. De extra servicelaag

Geld verdienen doet Epyon op twee ­manieren. Het bedrijf zorgt enerzijds dat de ­oplaadstations worden geleverd en ­geïnstalleerd. Dit laatste wordt trouwens, ­wederom, door een partnerbedrijf ­gedaan. Daarnaast verkoopt het bedrijf een datalaag als service, door informatie over het laden te verzamelen. Handig voor partijen als energiemaatschappijen, zegt Bouman: “Wij geven ze de mogelijkheid om de energietoevoer te sturen en optimaliseren, en daarmee een kostenvoordeel te behalen.”


MT houdt u met de online autospecial op de hoogte van de nieuwste trends. De laatste recensies, informatie over het groene rijden, de auto van de toekomst en verhalen over de autoindustrie, leest u op MT.nl

Walter Drenth (Stage Entertainment): ‘Je komt overal in dit bedrijf een topsportmentaliteit tegen’

Na zijn hockeycarrière ging hij in het bedrijfsleven aan de slag. Maar na zeventien jaar Heineken vond Walter Drenth het tijd voor iets anders. Het werd de musicalwereld, waarin hij nu iets meer dan een half jaar managing director is. ‘Er is verrassend veel overlap.’

Walter Drenth, managing director Stage Entertainment
Je leest nu: Walter Drenth (Stage Entertainment): ‘Je komt overal in dit bedrijf een topsportmentaliteit tegen’

Sportliefhebbers zullen zich zijn naam misschien nog herinneren. Walter Drenth speelde 50 interlands in het Nederlands hockeyteam, waaronder het WK in 1994 en het EK een jaar later. Daarna kwam hij, als afgestudeerd econoom, in het bedrijfsleven terecht. Eerst bij Unilever (waar hij brandmanager was voor onder andere Magnum-ijs), daarna werkte hij voor reclamebureau BBDO om van daaruit de overstap naar Heineken te maken.

Net als veel andere managers bij Heineken werd Drenth uitgezonden naar het buitenland. ‘Op eigen verzoek, ik wilde heel graag veel van de wereld zien’. Het voerde Drenth met zijn toen nog jonge gezin naar Ierland en Nigeria. Hij vond het geweldig. Tot hij, inmiddels begin 50, besloot dat het tijd was voor iets nieuws. ‘Ik heb echt met heel veel mensen gesproken over wat dat dan moest zijn.’

Passie

Het werd Nederland. Niet heel verrassend, maar het bedrijf waarvoor hij koos was dat wel: musicalproducent Stage Entertainment. Drenth raakte geïnteresseerd na een ontmoeting met ceo Arthur de Bok. ‘Ik herkende veel in zijn verhalen. Ik hou van live. Dat is in de sport zo, en dat geldt ook voor het theater. Allebei zijn ze op hun mooist als je erbij bent op het moment dat het gebeurt. Maar musical is ook keihard werken. Je komt overal in dit bedrijf een topsportmentaliteit tegen.‘

De theaters lagen stil. Maar je weet: “hier komt een eind aan”

Ook met het werk dat hij deed bij Heineken blijkt er verrassend veel overlap. ‘Zo’n merk, daar zit natuurlijk veel emotie omheen, net als in de wereld van het live entertainment. Het gaat om storytelling. Biermakers zijn net zo goed ongelooflijk gepassioneerd over hun product. Een collega uit Afrika die hoorde dat ik naar Stage ging feliciteerde me en mailde You’re still in the business of happiness. Dat vind ik een rake typering.’

Verschillen zijn er natuurlijk ook. ‘Als product is musical heel anders. Stage Entertainment is bovendien een veel kleinere organisatie dan een multinational als Heineken. Maar de beleving rond het product en de passie, dat is hetzelfde. Wat ik mooi vind om te zien is bovendien hoe ontzettend veel talent er bij dit bedrijf zit. Zoveel vakkennis ook die door heel gepassioneerde mensen in de bijna 25 jaar dat we nu bestaan is opgebouwd.’

Rare start

Walter Drenth ging als managing director Nederland midden in de coronapandemie van start. ‘De theaters lagen stil. Het was een heel moeilijke tijd’, blikt hij terug. ‘Maar je weet: “hier komt een eind aan”. Begin april konden we bovendien weer gaan denken over het moment waarop we weer open zouden mogen. Over hoe dat dan moest. We hebben heel veel verschillende scenario’s uitgedacht. We waren ook betrokken bij de fieldlab-experimenten met Guido Weijers. Het was een rare maar ook fascinerende periode.’

Hij ontmoette veel nieuwe collega’s al wandelend. ’Daar ben ik een groot fan van. Het werkt heel goed om mensen één op één te leren kennen. Het kantoor was nagenoeg leeg. Veel mensen zag ik die eerste tijd alleen digitaal. Alleen een kleine kern van mensen kwam elkaar hier op de Boelelaan (waar Stage zijn kantoor en studio’s heeft red.) tegen.’

We hebben de cast en crew van de TINA-productie gelukkig in dienst kunnen houden

Hoeveel mensen werkloos thuis zaten weet hij niet precies. Drenth: ‘In onze sector werken veel freelancers en zzp’ers. Niet alleen acteurs, ook mensen voor de belichting, het geluid en de theaters. Hoeveel we er inhuren wisselt nogal. Met inmiddels weer drie producties praat je in totaal over ongeveer 600 man. Maar in de coronatijd was dat natuurlijk een heel stuk minder.’

Stage bleef overeind door flink te besparen. ‘We deden minder aan marketing, konden minder investeren. Al hebben we de cast en crew van de TINA-productie gelukkig volledig in dienst kunnen houden. Dankzij de steun van de overheid inderdaad.’

Inspiratie

Behalve wandelen heeft Drenth nog een andere manier om zijn ‘crew’ te leren kennen. Hij neemt hun werk voor eventjes over. Dat deed hij al toen hij voor Heineken werkte. In Noord-Dublin – ‘niet de beste wijk van de stad’ – stond hij achter de bar of waste hij glazen. ‘Gewoon omdat ik wil weten hoe dat is. In Nigeria deed ik het trouwens ook. Daar was het een stuk uitdagender.’

Bij Stage trad hij op als gastheer. Hij bracht theaterbezoekers als lid van het front-team naar hun stoel. ‘Ik doe het om de reactie van het publiek bij zo’n voorstelling te voelen. Want alles moet kloppen. In het theater komt alles samen, daar is de magie.’

Ik vind het mooi, het idee dat je voor het grotere geheel moet knokken

Drenth mag graag achter de schermen vertoeven. ‘Ik vraag mensen heel vaak: “Wat doe jij precies?” Om ervan te leren, zodat we dingen waar nodig kunnen aanpassen. Want ik weet dat iedereen een topprestatie moet leveren. Niet alleen òp, maar ook àchter het toneel. Iedere avond weer.’ Zijn inspiratie voor deze manier van werken haalt hij, hoe kan het ook anders, uit de sport, bij het rugbyteam van Nieuw-Zeeland.

Heeft dat iets te maken met de zogeheten haka die ze doen voor een wedstrijd? ‘Hahahaha, nee, het heeft meer te maken met de filosofie van waaruit ze werken. Ze hameren heel erg op hun legacy, de gedachte dat je het shirt beter moet achterlaten voor de speler nà jou. Ik vind dat mooi, het idee dat je voor het grotere geheel moet knokken. Natuurlijk moet je als individu goed presteren. Maar dat is ondergeschikt aan de performance van het team.

Lees ook: Hoe Maarten Coumans met Local Heroes een vuist maakt voor de bakker en de slager om de hoek

Risico’s

Hoe ziet hij zijn eigen rol? ‘Toen ik begon was mij allerbelangrijkste doel om de herstart van het bedrijf zo goed mogelijk te regelen. Zo veilig mogelijk ook’, zegt Drenth. ‘Wat dat betreft ben ik trots op wat we in zo’n korte tijd met een relatief klein team bereikt hebben. Er zijn drie grote musicalproducties opgestart, de vierde, Hij gelooft in mij over Andre Hazes, komt daar binnenkort nog bij.’

Stage nam daarbij bewust bepaalde risico’s. ‘Wij zijn op 1 juli met The sound of Music gestart, terwijl volgens de coronaregels toen nog maar een derde van de zaal gevuld mocht zijn. Veel andere theaterproducenten durfden dat niet aan. Die hebben gewacht tot na de zomer. ‘Maar we zagen dat het publiek echt heel graag wilde, er was veel animo om weer naar live entertainment te gaan.’

Een klein deel van het publiek is nog altijd terughoudend

Gelukkig werden de regels al snel versoepeld. Vanaf 21 juli mocht tweederde van de stoelen in de theaters gevuld worden, Stage was op de 14e al met de musical TINA gestart. Sinds 25 september zijn er helemaal geen restricties meer, de premiere van Disney’s Aladdin de dag erna was dan ook precies op het goede moment. Toch is een klein deel van het publiek nog altijd terughoudend.

Toekomst

‘Als je nu een kaartje wil kopen voor Aladdin in het Circustheater in december wordt het moeilijk’, zegt Drenth. ‘Maar als je kijkt naar the Sound of Music dat langs verschillende theaters door het land toert ligt dat iets anders. Daar waren de kaartjes in Zwolle in no-time verkocht, maar bijvoorbeeld in Heerlen liep het een stuk stroever. De markt is nog niet helemaal terug waar hij twee jaar geleden was.’

Hij geeft toe dat de pijn nog niet is geleden. ‘De maanden dat we stil hebben gelegen, hebben we voorlopig nog niet goedgemaakt.’ Wat dat betekent voor de resultaten over dit jaar wil Drenth niet zeggen. ‘Het mag duidelijk zijn dat corona ons dat als bedrijf behoorlijk heeft geraakt’. Toch is hij voorzichtig optimistisch: ‘We hebben straks vier producties lopen in het land, dat is natuurlijk geweldig. Alleen moeten 2022 en 2023 nog komen en corona is de wereld nog niet uit. We zijn op de goede weg, maar we zijn er nog niet.’