Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

5 bestuurders die door de duurzame mand vallen

Je leest nu: 5 bestuurders die door de duurzame mand vallen

Het is makkelijk het over duurzaamheid te hebben, maar het waarmaken van beloftes en claims is een ander verhaal.

Bedrijven en topbestuurders hebben het de laatste jaren over duurzaamheid. Achter de wolk van duurzame woorden gaat echter een minder groene werkelijkheid schuil. Vijf quotes over duurzaamheid van Nederlandse topmannen die een kritische check niet konden doorstaan: 

# Dick Boer (Ahold)

'Het doel is om binnen Ahold Nederland uiterlijk in 2015 alleen nog maar duurzaam geproduceerde eigen merk producten in onze winkels te hebben.’

Ahold-topman Dick Boer deed deze uitspraak in 2010. In het duurzaamheidsverslag van 2012 is hier niets over te vinden. Wel staat er dat Ahold zes kritische grondstoffen voor eigen merk producten in 2015 voor 100 procent duurzaam zijn geproduceerd volgens door de industrie vastgestelde criteria. Het gaat om: thee, koffie, cacao, palmolie, soya en vis. Een vrij ruime uitleg van de werkelijkheid dus.

# Jos Nijhuis (Schiphol Group)

'Op Schiphol hebben we ons doel om zelf CO2-neutraal te opereren al gerealiseerd.'

De topman van de nationale luchthaven greep de eerste vlucht op biobrandstof eerder dit jaar aan om te stellen dat Schiphol CO2-neutraal opereert. Hoe heeft Schiphol dit voor elkaar gekregen? Het antwoord is te vinden in het jaarverslag en zal menig huishouden dat groene stroom heeft, bekend in de oren klinken: certificaten voor onder meer Noorse waterkracht. Zeggen dat Schiphol klimaatneutraal is, is dus hetzelfde als zeggen dat het overgrote deel van de Nederlandse huishoudens klimaatneutrale stroom geleverd krijgt. Dat laatste zal Nijhuis niet voor zijn rekening willen nemen.

# Feike Sijbesma (DSM)

‘Wij leggen op dat 80 procent van onze productpijplijn “Eco+” is. “Eco+” betekent dat onze producten beter zijn dan de mainstream producten. We berekenen de voetafdruk op het milieu. We willen dat onze oplossing 5 tot 50 procent beter is in termen van de milieu-impact dan alternatieven.’

DSM wijst vaak op het stempel Eco+ om te laten zien hoe duurzaam het is. Het stempel is zelfs onderdeel van het bonusbeleid. Dat deze term minder om het lijf heeft dan DSM en Sijbesma suggereren, blijkt uit de ver in het jaarverslag weggestopte definitie van Eco+. Op pagina 224 is te lezen dat de kwalificering Eco+ wordt gegeven op basis van “de mening van interne experts”. “In toenemende mate” worden deze meningen ondersteund door levenscyclusanalyses. Geen certificering of een onafhankelijke beoordeling dus, het is DSM zelf dat beoordeelt of een product het duurzame stempel krijgt.

# Erwin van Laethem (Essent)

‘We streven met zijn allen naar minder afhankelijkheid van conventionele fossiele centrales en willen het liefst zoveel mogelijk elektriciteit afnemen die is opgewekt met windmolens of zonnepanelen.’

Essent profileert zich vaak met zijn inzet op duurzame stroomopwekking. Dat het aandeel duurzaam toch echt niet zo heel groot is, blijkt uit het productieoverzicht van Essent over 2012. Het aandeel duurzame energie in de productie daalde van 15 procent in 2009 naar iets meer dan 10 procent. Het percentage duurzame energie in het totale opwekkingsvermogen dat Essent in Nederland heeft is zelfs nog flink lager.

# Cees ’t Hart (FrieslandCampina)

‘Onze ambitie is klimaatneutrale groei.’

FrieslandCampina streeft ernaar te groeien zonder dat de CO2-uitstoot toeneemt. Dat betekent dus dat als de omzet en de productie stijgen, de CO2-uitstoot op zijn hoogst gelijk blijft. Het concern lijkt hier nog niet echt in te slagen, blijkt uit de duurzaamheidsverslagen. In 2009 stootte het bedrijf iets minder dan 1.200 kiloton CO2 uit, in 2010 en 2011 steeg dat naar 1.376 kiloton om vorig jaar te zakken naar 1.256 kiloton. Misschien heeft 2013 een verdere reductie gebracht, maar er is tot nu toe zeker geen sprake van een voortgaande neergaande trend.

Meer over duurzaamheid?