Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Challenger50-winnaar PlantLab wil met vertical farming ‘de wereld veranderen’

Challenger50-winnaar PlantLab bewijst dat vertical farming niet langer toekomstmuziek is, maar wereldwijd bezig is met een doorbraak. Medeoprichter Leon van Duijn in een interview met MT/Sprout: 'Het is niet meer een kwestie van: we moeten nog maar eens kijken of dit gaat werken.'

Plantlab
Foto: Ruben May

Voor het eerst in de 16 jaar dat de Challenger50 bestaat, is deze gewonnen door een vertical farming-bedrijf, het Bossche PlantLab. Het idee achter vertical farming is dat je onder paars licht groente in flats in steden produceert. Hierdoor zouden we als maatschappij op termijn weleens minder kassen en landbouwgrond nodig kunnen hebben.

In plaats van tomaten, sla en komkommers te transporteren naar andere landen, kunnen producenten het bovendien direct leveren aan afnemers in de eigen stad. Aangezien dit minder CO2-uitstoot oplevert, kan de techniek een bijdrage leveren in de strijd tegen klimaatverandering.

PlantLab staat in de Challenger50 van MT/Sprout, de lijst met vijftig meest uitdagende, innovatieve en snelgroeiende bedrijven van Nederland. Deze ondernemers breken met bestaande businessmodellen en laten de gevestigde orde zien hoe het anders, sneller en beter kan. De Challenger50 is mede mogelijk gemaakt door EY en Tech Rise People. Bekijk alle vijftig challengers »

Stapellandbouw is al vele jaren een belofte die maar niet lijkt uit te komen, maar het uit Den Bosch afkomstige bedrijf PlantLab (120 fte) bewijst dat je er wel degelijk een bedrijfssucces van kunt maken. Liefst vijftien jaar lang werkten ondernemers John van Gemert, Marcel Kers en Leon van Duijn aan hun soft- en hardware, waarmee ze hun planten op optimale wijze laten groeien.

Van Amsterdam naar Indianapolis

Vorig jaar haalden ze 20 miljoen euro op bij investeerders en sindsdien gaat het hard. PlantLab opent in treinsnelvaart productielocaties over de hele wereld: in Amsterdam, in het Amerikaanse Indianapolis en zelfs op de Bahama’s. Zijn indoor gekweekte sla en kruiden verkoopt het bedrijf aan onder meer Picnic en flitsbezorger Getir. Dankzij die eerste afnemers is PlantLab naar eigen zeggen al winstgevend.

Direct na de uitreiking van de bokaal, spreken wij medeoprichter Leon van Duijn (foto boven), voorzien van een grote grijns op zijn gezicht. ‘Supergaaf’ vindt hij het dat zijn bedrijf de Challenger50 heeft gewonnen (in een finale met runners Equalture en StuDocu).

Van Duijn vertelt dat hij sindsdien al door meerdere investeerders is benaderd. ‘Ik heb serieus onderschat hoe bekend deze verkiezing is bij mensen.’ 

Jullie bestaan al vele jaren, maar zijn pas sinds kort de boer op met jullie product. Waarom pas zo laat?

‘Vijftien jaar lang hebben we de hard- en software tot in extreme ontwikkeld en getest, zodat wij bij het in productie gaan ook meteen vanaf dag één goed zouden kunnen draaien. Waarom onze r&d zo lang duurde? Je hebt het over de natuur. Om al die algoritmes zo te ontwikkelen dat een plant op die manier groeit zoals jij wil, dat neemt wel tijd in beslag.’

Pas vorig jaar haalden jullie een eerste investering op van 20 miljoen euro. Hoe hebben jullie je r&d de jaren ervoor gefinancierd?

‘We financierden dit zelf. Inkomsten haalden we uit contractresearch voor grotere multinationals en het geld wat we daarmee hebben verdiend, investeerden we in ons bedrijf. Zo deden we onderzoek voor bedrijven die in zaadveredeling zitten. Als je planten sneller kunt laten groeien, kun je sneller veredelen. Sneller veredelen betekent minder kosten, dus dat is voor deze partijen interessant.’

De investering is best hoog. De techniek moet dan volledig werken

‘Dat we pas vorig jaar financiering ophaalden, komt ook omdat het model van tevoren volledig moet werken. De investering is best hoog en als je techniek dan nog niet werkt, houdt het op een gegeven moment op. Met onze externe financiering kunnen we nu snelheid maken. We gebruiken het groeigeld om heel snel op allerlei plekken in de wereld fabrieken neer te zetten.’

Wat is eigenlijk jullie motivatie om al zo lang, zo hard aan dit hele project te werken?

‘We willen het wereldvoedselsysteem radicaal veranderen, door iedereen toegang te geven tot gezonde en betaalbare voeding. Dat is al vijftien jaar ons motto en dat zal het altijd blijven.’

👉 Bekijk hier de Challenger50 van 2021

Gezonde voeding voor iedereen, dus. Waarom gaat dat eigenlijk makkelijker met vertical farming?

‘Neem de Bahama’s, waar wij sinds kort zitten. Op die eilanden wordt niets zelf geproduceerd. Al het verse voedsel dat mensen kunnen eten, wordt geïmporteerd. Dat komt met vliegtuigen of met boten binnen. Je krijgt dan een hoge CO2-uitstoot, een hoge prijs en een lage kwaliteit, want er zit veel tijd tussen het oogsten en het consumeren.’

‘Wij produceren ons voedsel daar nu wél ter plekke met lokale mensen. We stoten minder uit en en de kosten zijn veel lager dan wanneer je een product moet invliegen. Hierdoor bieden we meer mensen toegang tot gezondere voeding.’ 

Is vertical farming het vervolg op de glastuinbouw, waar Nederland internationaal bekend mee werd?

‘Ja, je hebt nu één ruimte waarin je van alles kan regelen. Een kas daarentegen is niet echt een handige plek om planten te laten groeien, omdat je te maken hebt met meer invloeden van buitenaf, zoals de lichtval. Die regelen we zelf, zodat we het kunnen optimaliseren. Binnen is de opbrengst overal hetzelfde, of het nu in Nederland, de VS of in Afrika is.’

We hoeven geen pesticiden te gebruiken, omdat we in een afgesloten ruimte zitten

‘We hoeven ook geen pesticiden te gebruiken, omdat we in een afgesloten ruimte zitten en de planten de beste omgeving bieden. Al zou er eens een beestje via een kier naar binnen kruipen, dan nog zijn de planten zo gezond dat ze er geen last van zullen hebben.’

Moeten kasbouwers bang zijn voor vertical farming-bedrijven als die van jullie?

‘Nee, zeker niet. Kassen zullen altijd blijven bestaan. Alleen kun je een kas heel lastig aan de Johan Huizingalaan in Amsterdam neerzetten, terwijl ons dat wel lukt. Of neem Indianapolis, daar zitten we in een oude fabriek, waar vroeger accu’s werden gemaakt voor tanks in de Tweede Wereldoorlog. Daarna was dat pand nooit meer gebruikt. Nu zijn wij daar echter voedsel aan het produceren voor de lokale bevolking. Omdat het land zo groot is, betekent “lokaal” daar trouwens op 72 uur rijden.’ 

Jullie komen met een slimmere bedrijfsvoering dan kas- en landbouwers. Daarmee dagen jullie ze toch gewoon uit?

Nou ja, Nederland is de nummer 2 exporteur van verse groenten. Dat betekent dat heel veel getransporteerd wordt. Dat stukje challengen we wel. Sinds covid merk je ook dat er in de logistieke keten ontzettend veel problemen aan het ontstaan zijn. Denk maar aan dat containerschip dat scheef lag. Mensen werden hierdoor bewuster van waar hun spullen vandaan komen. Dat effect zie je ook bij voedsel, dat vaak ook van ver komt.’

Wij gaan van food miles naar food steps, zeg ik altijd

‘Daarom proberen wij juist zo weinig mogelijk food miles te maken, door in steden te zitten en zo dicht mogelijk aan de consument te leveren. Wij gaan van food miles naar food steps, zeg ik altijd. In plaats van ons voedsel met de auto te brengen, willen we het bij wijze van spreken lopend kunnen doen. Dat is wat we willen bereiken.’

Als vertical farming-bedrijf vestigen jullie je productielocaties in steden. Door het mondiale effect van de trek naar de stad worden steden daarentegen steeds voller. Is het niet juist ingewikkeld om uitgerekend in de stad een grote productiefaciliteit te vinden?

‘Nee. We hebben nog nooit problemen gehad met het vinden van vastgoed. We hebben dan ook in feite niets nodig. De constructie van een gebouw moet goed zijn en het moet wind- en waterdicht zijn. Tel daar een water- en elektriciteitsaansluiting bij op en we kunnen beginnen.’

Een opvallende afnemer van jullie service is Getir, de razendsnel groeiende flitsbezorger. Hengelen jullie naar meer flitsbezorgers als afnemer?

‘Nee, want we zitten vol qua productie, dus het blijft voorlopig even bij Getir. Daarom zijn we ook keihard aan het uitbreiden in Amsterdam (PlantLab had eerst een 4.000 vierkante meter aan productieruimte in de stad, maar sinds vorige maand is dit 15.000 vierkante meter, red.). Ik sluit niet uit dat we over twee of drie maanden weer eens gaan kijken.’

Wanneer zullen de grote supermarkten dit omarmen, denk je?

‘Picnic omarmt het al, als grootste online supermarkt van Nederland. Zij zijn afnemer bij ons. Uiteindelijk willen we natuurlijk graag dat meer supermarkten hierop overstappen. Maar niet alleen de supermarkten, ook andere partijen.’

We willen niet slechts omzet maken, maar echt de wereld veranderen

‘Bijvoorbeeld de food service. Via een tussenpartij leveren we al aan horecazaken. Dat is een belangrijk belangrijk afzetkanaal voor ons. Verder letten we goed op welke partij het beste bij ons past. We willen niet slechts omzet maken, maar echt de wereld veranderen.’

Vertical farming is al jarenlang een belofte, maar mainstream is het nog niet. Wanneer breekt de techniek echt door, denk je?

‘Ik denk dat dat nu aan het gebeuren is. Dat men dit nu op allerlei plekken in de wereld aan het doen is, geeft wel aan dat het mainstream aan het worden is. Dat het niet meer een kwestie is van: we moeten nog maar eens kijken of dit gaat werken. Die discussie hebben me dan ook helemaal niet met afnemers. We gaan naar verschillende landen toe, kijken wat we daar kunnen doen en we discussiëren niet over de prijs of over de vraag of de technologie wel of niet zou werken.’