Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

Vrouwelijke vrouwen kunnen misschien maar beter hun eigen bedrijf oprichten

Je leest nu: Vrouwelijke vrouwen kunnen misschien maar beter hun eigen bedrijf oprichten

Aanstormende, stoere vrouwen en onzekere toplieden strijden om de macht. Roofdieren verloochenen zichzelf nooit.

 

Jammer voor de mannen. De vrouwenbeweging heeft geen feministisch manifest meer nodig, zij is krachtig genoeg om als vanzelfsprekend de bijl in het old boys network te zetten. Nu eerst de kinderopvang goed regelen en een redelijk aantal topvrouwen is nog slechts een kwestie van tijd. Maar voorlopig zal menige vrouw vanwege het extra moeilijk begaanbare carrièrepad voor het middenkader kiezen. Uiteraard is de top in dit stadium weggelegd voor de stoere figuren, die zich het best thuis voelen in het mannelijk territorium. Zoals vice-premier Annemarie Jorritsma, Marike van Lier Lels, bestuurder van Schiphol, en mediabobo Vera Keur. Van deze dames zijn er voldoende, al hebben topmannen er nog weinig oog voor. Het glazen plafond snijdt aan twee kanten. Hoewel vrouwen het vaakst worden geweerd uit leidinggevende functies, zijn zij niet de enigen. Ook huidskleur en een jeugdig uiterlijk zijn makkelijk discrimineerbare kenmerken. Subtieler is de buitensluiting van de grote groep van niet-agressieve mannen en personen uit 'lagere' milieus. Overigens is de voorkeur voor de eigen soort een kenmerk van iedere groep. Ook van de vrouwenbastions.

'Kunnen topvrouwen zichzelf blijven?' was onlangs weer de vraag in een openbare discussie. Zeker wel, om de eenvoudige reden dat op een psychopaat na iedereen zichzelf is. Jorritsma is echt cool, maar stoerdoenerij kan voor vrouwen evenals voor topmannen een uiting zijn van onzekerheid. Iedereen heeft zo zijn eigen wijze om zijn emoties te tonen. Neem nu het 'emotieloze' voorkomen van minister-president Wim Kok en ING-topman Ewald Kist of de gemaaktheid van een Ron Brandsteder. Naast kundigheid is zo'n pokerface de sterkste troef om aan de top te komen; je stoot niemand voor het hoofd. Deze mannen hoeven zich hiervoor helemaal niet in allerlei bochten te wringen. Zij zijn gewoon van nature bang om zich bloot te geven. Zij doen dat al voor minder dan een topfunctie. Verschillende topmannen hebben in interviews bekend dat zij eigenlijk onzeker zijn, onder wie Erik Albeda Jelgersma (Unigro), Gerlach Cerfontaine (Schiphol) en Leo van Wijk (KLM). Overigens zijn er ook genoeg vrouwen met een masker: PvdA-Kamerlid Sharon Dijksma, multi-commissaris Lotgard van den Berghe en televisievrouw Linda de Mol. De vrouwelijke eigenschappen hoeven zij heus niet te verloochenen. Hun mannelijke evenknieën maken zich bijvoorbeeld ook ernstig zorgen over hun uiterlijk: het juiste streepjespak, het kunstmatig gebruinde gezicht en een charmant gebaar. Kortom: lijk ik wel succesvol?

Meer vrouwen aan de top is mooi, maar zal het vechtcultuurtje aldaar waarschijnlijk niet doorbreken. Daarvoor is de top een te aantrekkelijk slagveld. Neem de 30 procent vrouwelijke Kamerleden. Daar zitten weinig schatjes tussen, terwijl die nog democratisch gekozen worden. En niet alleen de hoogste regionen zijn voorbehouden aan de roofdieren. Ook in de minder prestigieuze managementrangen, waar vrouwen beter zijn vertegenwoordigd, winnen de wolven in schaapskleren bijna per definitie. De apenrots is niet het walhalla. Bovendien doen leiders wel heel stoer, maar uiteindelijk zullen ze om succesvol te zijn toch moeten uitvoeren wat de meerderheid van de kiezers, consumenten en kijkers wenst. En dat zijn ook geen engeltjes.